fbpx

Vitamines, mineralen en sporenelementen

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Vitamines zijn ontdekt in de eerste helft van de twintigste eeuw, vanaf 1906. Na de ontdekking dat voedsel bepaalde stoffen bevat die essentieel zijn voor het behoud van een goede gezondheid, werd de benaming ‘Vitamines’ ervoor bedacht. Het woord is een combinatie van het Latijnse vita = leven en amine = stikstof-bevattende verbinding.  Later werd bekend dat niet alle vitamines stikstof bevatten, maar het woord ‘Vitamine’ was toen al algemeen in gebruik.  Vitamines zijn chemische verbindingen die onmisbaar zijn voor het lichaam. Ze spelen een rol bij de groei, het herstel en het goed functioneren van het lichaam. Daarnaast zijn ze belangrijk voor het in stand houden van een goede gezondheid.  Vitamines zijn stoffen, die in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn om het lichaam goed te laten functioneren. Het merendeel van de vitamines moeten we via de voeding binnen krijgen. Een beperkt aantal kan het lichaam zelf aanmaken. Gaat het bij eiwit, vet en koolhydraten om gram- men van de voedingstof, bij vitamines gaat het om milligrammen of microgrammen ( 1 microgram = 1/100 gram).

We kunnen een tekort hebben aan vitamines. Hetzij door gebrek aan voeding, hetzij door een verkeerde of te weinig variatie in de voedselkeuze. Dit laatste komt vooral voor onder jongeren, die zich slecht voeden met patat en alcoholhoudende dranken (junkfood). Gebrek aan voeding wordt in onze maatschappij niet veroorzaakt door voedselschaarste, maar kan bijvoorbeeld een voortvloeisel zijn van extreem lijnen. Vitaminetekorten kunnen dan ook voorkomen bij mensen die langdurig en fanatiek afvallen. Vitaminetekorten kunnen ook ontstaan bij bepaalde ziekten of door het gebruik van medicijnen, deze kunnen namelijk de opname van vitamines hinderen. Ook het omgekeerde is mogelijk, namelijk een teveel aan vitamines. Dit kan nooit ontstaan door gewone voeding, maar ontstaat doordat men te veel vitaminepreparaten slikt. Ook een teveel aan vitamines kan schadelijk zijn. Het vereist heel wat kennis van vitamines om op verantwoorde wijze preparaten te gebruiken.

Er zijn dertien soorten vitamines:  4 in vetoplosbare vitamines en 9 in wateroplosbare vitamines.

- De in vetoplosbare vitamines zijn vitamine A, vitamine D, vitamine E en vitamine K. De in vetoplosbare vitamines zitten voornamelijk in het vet van voedingsmiddelen en kunnen in de weefsels van het lichaam worden opgeslagen

-  De in wateroplosbare vitamines zijn vitamine B1, B2, B3, B5, B6, B8, B11 (foliumzuur), B12 en vitamine C. Deze vitamines zitten juist in het vocht dat in voedingsmiddelen zit. Het lichaam kan deze in wateroplosbare vitamines (met uitzondering van vitamine B12) niet goed opslaan, een teveel verlaat het lichaam via de urine.

Vitamine A (= Retinol) In vet oplosbare vitamine

Functies

- Is nodig voor het goed functioneren van de ogen.

- Is nodig voor gezond haar, gezonde huid, slijmvliezen en tandvlees.

- Speelt een belangrijke rol bij de groei en opbouw van botten en tanden.

- Biedt weerstand tegen ziekten

De meest voorkomende verschijnselen bij een langdurig ernstig tekort aan vitamine A zijn:

- Ruwe, droge schilferige huid.

- Dof haar.

- Het ernstigste gevolg van een vitamine A tekort is verdroging van de ogen met als laatste stadium de nachtblindheid. Veel kinderen in ontwikkelingslanden lijden aan deze ziekte, die Xeroftalmie genoemd wordt.

De belangrijkste bronnen voor vitamine A zijn:

Boter, margarine, halvarine, bak- en braadproducten.

- Eieren (eidooier). - Vis.

- Volvette kaas.

- Melk en melkproducten.

- Lever en levertraan.
Een voorloper van vitamine A is B-caroteen. Dit wordt in het lichaam omgezet in vitamine A. Het komt rijkelijk voor in donkergroene bladgroente, koolsoorten, wortels, knollen, fruit (vooral geel of oranje gekleurde vruchten).

Vitamine D (= Cholecalciferol/Ergocalciferol). In vet oplosbare vitamine

Vitamine D is een van de weinige vitamines die het lichaam zelf kan maken. Het lichaam kan onder invloed van de ultraviolette straling uit het zonlicht vitamine D vormen.

Functies

- Helpt bij de opname van calcium (=kalk).

- Zorgt voor het vastleggen van onder andere calcium in het skelet en het gebit tijdens de groei, waardoor deze stevigheid verkrijgen.

- Is na de groei nodig om eventuele botontkalking (=osteoporose) zo weinig mogelijk kans te bieden.

De meest voorkomende verschijnselen bij een tekort aan vitamine D zijn:

- Bij zeer jonge kinderen treedt rachitis (=Engelse ziekte) op, een verweking van botten, met onder andere als gevolg het ontstaan van kromme benen.

- Bij volwassenen en ouderen kan botontkalking optreden, de kans op botbreuken neemt hierdoor toe.

- Zwak gebit.


De belangrijkste bronnen voor vitamine D zijn:

- Vette vis, visolien.

- Halvarine, margarine, boter, bak- en braadproducten (hieraan is vitamine D toegevoegd)

- Melkproducten.

- Vlees.

- Lever, levertraan.

- Zonlicht: in de huid wordt door invloed van zonlicht vitamine D aangemaakt.

Vitamine D-tekort kan vooral voorkomen bij mensen die weinig zijn blootgesteld aan zonlicht. Denk hierbij aan bejaarden en chronisch zieken, die weinig buiten komen, mijnwerkers en nachtwerkers, die overdag slapen. Ook mensen met een donker huis (migranten) van wie de huid is ingesteld op een ander intensiteit van zonlicht en mensen met een overmaat aan kleding (sommige migranten, nonnen) kunnen een vitamine D-tekort ontwikkelen.

Vitamine E (= Tocoferol) In vet oplosbare vitamine

Functies

- heeft een rol in de rode bloedcellen en in de celwanden van de weefsels in ons lichaam.

- Beschermt de meervoudig onverzadigde vetten in ons lichaam tegen aantasting van zuurstof (=oxidatie).

- Kunt u op de verpakking van voedingsmiddelen tegenkomen onder de naam antioxidant. Recent onderzoek geeft namelijk aan dat vitamine E als antioxidant bij het verminderen van de kans op hart- en vaatziekten en (prostaat) kanker kan optreden. Dit is echter nog niet bewezen, het blijven slechts veronderstellingen.


Er komen zelden tekorten in de vitamine E-huishouding voor. Slechts bij zeer ernstige absorptiestoornissen (onder ander bij het gebruik van laxeermiddelen), kunnen tekorten ontstaan. Een verandering in cellen van met name het bindweefsel kan ontstaan bij vitamine E-tekort. Dit weefsel geeft steun aan organen en omhult ze. Vetweefsel is een voorbeeld van bindweefsel, dat bijvoorbeeld de nieren ondersteunt

Vitamine K (=Fytomenadion / Fylloquinon/Menaquinon) In vet oplosbare vitamine.

Ook vitamine K kan door ons lichaam zelf worden gemaakt. Sterker nog, vitamine K wordt voor het grootste deel in ons lichaam gemaakt, namelijk uit bacteriën in de dikke darm.

Functies

- Speelt een belangrijke rol in de bloedstolling. Zonder vitamine K zouden wonden blijven bloeden of zouden bloedingen kunnen ontstaan.

- Er zijn steeds meer aanwijzingen dat vitamine K een rol speelt in de aanmaak van botten, echter hier geldt ook weer dat er nog geen wetenschappelijke bewijzen voor zijn en dat het nog niet als zodanig mag worden verondersteld. De aanmaak van vitamine K in de darm, in combinatie met de vitamine K die door de voeding wordt opgenomen, levert voldoende om in de behoefte te voorzien. Echter, bij langdurig gebruik van antibiotica kan een tekort aan vitamine K ontstaan. Antibiotica doden immers bacteriën. De volgende verschijnselen kunnen hierdoor ontstaan:

- vertraagde bloedstolling.

- Optreden van bloedingen.

De belangrijkste bronnen voor vitamine K zijn:

- plantaardige oliën.

- Melk en melkproducten.

- Vlees

- Eieren

- Plataardige producten: graanproducten, aardappelen, koolsoorten, groene bladgroente, groente en fruit.

B-vitamines In water oplosbare vitamines

We kennen verschillende vitamines die tot de B- groep behoren. B- vitamines operen zelden alleen, ze zijn bij hun werking van elkaar afhankelijk. We spreken dan ook van vitamine B-complex. We zullen hier niet alleen B-vitamines afzonderlijk bespreken, maar als groep met bepaalde gemeen- schappelijke kenmerken en bronnen.

Functies

De b vitamines spelen vooral een rol in de stofwisseling van eiwitten, vetten en koolhydraten. Bij de stofwisseling maakt het lichaam gebruik van enzymen. Zonder deze enzymen zou de stofwis- seling te traag, of helemaal niet plaatsvinden. De B-vitamines fungeren als bestanddeel van deze enzymen. Zonder deze vitamines of wanneer er onvoldoende B-vitamines aanwezig zijn, kan de stofwisseling dus niet goed verlopen.

De verschijnselen bij een tekort aan B-vitamines lopen zeer uiteen en zijn afhankelijk van het B-vitamine waaraan een tekort bestaat. Genoemd kunnen worden: vermoeidheid, bloedarmoede, gebrek aan eetlust, ontstoken mondhoeken, kloofjes in de lippen, huidafwijkingen, prikkelbaarheid en maag en darm klachten.

De belangrijkste bronnen voor vitamine B zijn:

- Volkoren graanproducten, zoals volkorenbrood, zilvervliesrijst -

Peulvruchten - Aardappelen

- Eieren - Vlees, orgaanvlees zoals lever

- Vis - Melk en melkproducten

- Noten., Pinda’s

- Bladgroente en fruit

- Kaas

Vitamine C (=ascorbinezuur) In water oplosbare vitamine

Functies - Speelt een belangrijke rol bij de instandhouding van de weerstand van het lichaam.

- Is nodig voor stevige cellen.

- Zorgt voor een goede wondgenezing.

- Speelt een belangrijke rol in de opname van ijzer.

- Speelt een rol bij de vorming van bindweefsel.

- Heeft de rol als antioxidant en biedt dus vermoedelijk bescherming tegen het ontstaan van hart en vaatziekten.

De meest voorkomende verschijnselen bij een tekort aan vitamine C zijn:

- Bloedarmoede

- Verminderde weerstand

- Slapeloosheid

- Vermoeidheid - Slechte/vertraagde wondgenezing

- Gezwollen en bloeden tandvlees

- Scheurbuik ( bij extreem tekort)

De belangrijkste bronnen voor vitamine C zijn:

- Citrusfruit: sinaasappels, mandarijnen, citroenen en grapefruit

- Overig fruit: zwarte bessen, kiwi’s, frambozen, aardbeien en meloenen

- Aardappelen

- Bepaalde groentesoorten: koolsoorten, paprika’s, sla en tomaten

Om voldoende vitamine C binnen te krijgen , moeten fruit en aardappelen dagelijks op het menu voorkomen (aardappelen kunnen  wel afgewisseld worden met bijvoorbeeld zilvervliesrijst, volkoren macaroni, volkoren spaghetti of peulvruchten). Ook de genoemde groenten moeten regelmatig op het menu staan

Mineralen en sporenelementen

Vitamines en mineralen hebben meer overeenkomsten dan verschillen. In het lichaam zijn beiden onmisbaar bij veel processen. Het belangrijkste verschil tussen vitamines en mineralen is een scheikundig verschil. Vitamines komen uit de levende natuur en kunnen door sommige planten of dieren zelf gemaakt worden, terwijl mineralen uit de dode natuur komen en door planten moeten worden opgenomen uit de aarde en door dier en mens uit voeding of water.

Mineralen en spoorelementen zijn stoffen die het lichaam niet zelf aan kan maken. Ze zijn onder andere nodig bij de regulatie van enzymen en hormonen. Het verschil tussen mineralen en spoorelementen is de hoeveelheid waarin het lichaam ze nodig heeft. Van mineralen heeft men meer nodig dan van spoorelementen. Nog niet van alle mineralen en spoorelementen is aangetoond dat ze essentieel zijn voor ons lichaam.  Bekend essentiele mineralen zijn:  Calcium / Magnesium / Kalium / Natrium / Chloride / Fosfor. Essentiële spoorelementen zijn:  Jodium / Ijzer / Chroom / Koper / Zink / Mangaan / Seleen / Molybdeen.

De belangrijkste mineralen en sporenelementen hieronder uitgelicht: Calcium (=kalk), Jodium, Kalium, Natrium, IJzer

Calcium (Ca)

Functies - Opbouw en onderhoud van het skelet en gebit.

- Speelt een rol in de bloedstolling.

- Speelt een rol bij de werking van spieren en zenuwen.

- Speelt een rol bij het transport van natrium, kalium en magnesium de lichaamscellen in en uit.

De meest voorkomende verschijnselen bij een tekort aan calcium zijn:

- Spierkrampen.

- Botontkalking, het bot wordt poreus, verzwakt; er is dus eerder kans op botbreuken.

- Stoornissen in de bloedstolling.

De belangrijkste bronnen voor calcium zijn:

- Melk en melkproducten.

- Kaas.

- Sommige groenten: spinazie, postelein, bloemkool, boerenkool en Chinese kool.

- Sommige noten: amandelen , hazelnoten en paranoten.

- Peulvruchten.

Jodium (I)

Functies Jodium is een sporenelement dat als bouwsteen van de schildklierhormonen fungeert. Schildklier- hormonen houden de stofwisseling in het lichaam op peil, zijn onmisbaar voor een goede groei en zijn zeer belangrijk bij de ontwikkeling van het zenuwstelsel.

De meest voorkomende verschijnselen bij een tekort aan jodium zijn:

- Schildklierverdikking.

- Traag werkende stofwisseling.

- Vermindering van intellectuele prestaties.

- Bij kinderen: groeiachterstand.

De belangrijkste bronnen voor jodium zijn:

- Gejodeerd zout (Jozo – zout) hier heeft men jodium aan het zout toegevoegd.

- Brood, broodzout is namelijk veelal gejodeerd.

- Zeezout (bevat echter minder jodium dan Jozo- zout)

- Zeewier. - Zeevis.
Wanneer de bodem arm is aan jodium, zoals dat in bergachtige streken voorkomt, kan er een ernstig jodiumtekort optreden. De meest ernstige uitingen van een jodiumtekort zijn dwerggroei en idiotie. Ook de Nederlandse bodem is jodiumarm.

Kalium (K)

Functies

- Speelt een rol in de water- en zouthuishouding.

- Speelt een rol bij de samentrekking van de spieren.

- Speelt een rol bij de opbouw en afbraak van glycogeen.

- De hoeveelheid kalium wordt beïnvloed door de hoeveelheid natrium, deze twee moeten met elkaar in evenwicht zijn.

Een teveel aan kalium wordt uitgeschieden via urine en ontlasting.
Een kaliumtekort ontstaat zelden door onjuiste voeding. Ernstige, langdurige diarree, veelvuldig braken en het gebruik van plastabletten kunnen leiden tot een kaliumtekort. Indien door een van deze redenen toch een tekort optreedt dan zal zich dat uiten in:

- Verminderde eetlust.

- Misselijkheid.

- Lusteloosheid.

- Hartritmestoornissen.

- Spierzwakte.
 

De belangrijkste bronnen voor kalium zijn: - Granen en graanproducten zoals brood.

- Groenten.

- Fruit, metname bessen en bananen.

- Aardappelen.

- Noten.

- Melk.

- Vlees.

Natrium (N)

Functies

- Speelt een belangrijke rol in de water

- en zouthuishouding.

- Speelt een rol in de samentrekking van de spieren.

- Doorgeven van prikkels door de zenuwen. De laatste twee punten zijn functioneel in combinatie met kalium.

Normaal gesproken is er een hele kleine kans op tekort aan natrium. Eerder een teveel! Echter bij ernstige diarree, braken of zware lichamelijke inspanning onder tropische omstandigheden kan een tekort ontstaan. Er bestaat dan een kans op

uitdroging. De meest voorkomende verschijnselen bij een tekort aan natrium zijn:

- Gebrek aan eetlust.

- Spierzwakte.

- Uitdroging.
Juist van natrium wordt er vaak te veel gebruikt. Aan zeer veel producten wordt door de fabrikant zout toegevoegd. Daarnaast wordt er vrij veel zout gebruikt bij de bereiding van vlees, groente en aardappelen.

Een overmaat aan natrium kan leiden tot:

- Nierfunctiestoornissen.

- Botontkalking.

- Verhoogde kans op hoge bloeddruk bij mensen die daar gevoelig voor zijn.

- Vochtophoping (zout houdt vocht vast)

De belangrijkste bronnen voor natrium zijn:

- Zout.

- Melk.

- Kaas.

- Vleeswaren.

- Enkele groentesoorten, onder ander bleekselderij , snijbiet en raapstelen.

- Tal van producten waaraan door de fabrikant zout is toegevoegd, zoals groenten in blik, zuurkool, brood, vleeswaren, koek, chips, snacks en kant en klaarproducten.

Een natriumtekort is een zeldzaamheid. Net als bij kalium kan dit ontstaan ten gevolge van langdurige diarree en veelvuldig braken; overmatig zweten, bijvoorbeeld in de tropen. Ook bij zwaar werk bij hoge temperaturen kunnen natriumtekorten ontstaan. Een teveel aan natrium behoort echter eerder tot de mogelijkheden. Zout moet met mate worden gebruikt. In de industrieel bereide producten komt veel natrium voor, hierop kan de consument geen invloed uitoefenen. Bij het thuis bereiden van gerechten kan zout met mate worden gebruikt. Een veelgehoord misverstand is dat men beter afvalt wanneer men de zoutpot laat staan. Dit is onjuist. Wanneer men minder zout neemt, zal er aanvankelijk wat vocht verloren gaan. Men verliest er echter geen vet mede.

IJzer (Fe)

Functies - Is een onderdeel van hemoglobine (de rode kleurstof in het bloed) Hemoglobine zorgt voor het vervoer van zuurstof door het lichaam. - Is een bestanddeel van bepaalde enzymen.

De meest voorkomende verschijnselen bij een tekort aan ijzer zijn:

- Laag hemoglobine gehalte in het bloed, ook wel bloedarmoede genoemd.

- Gevoel van zwakte vermoeidheid duizeligheid.
De belangrijkste bronnen voor ijzer zijn:

- Bladgroenten.

- Volkoren graanproducten.

- Noten.

- Vlees, vis, orgaanvlees met name lever.

- Eieren.

- gedroogd fruit.

- Peulvruchten.

Lees 3450 keer

 

lady power smaken banner  afslank smoothie banner