fbpx

Voedingsstoffen in eten 3 ( eiwitten )

Beoordeel dit item
(1 Stem)

Eiwitten of proteïnen zijn zoals je weet energieleveranciers, maar hun belangrijkste rol is de aanbreng van aminozuren die de groei bevorderen (bij kinderen) en die noodzakelijk zijn om lichaamsweefsels te herstellen. Eiwitten zijn de bouwstenen van ons lichaam. Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Aminozuren zijn stoffen die opgebouwd zijn uit koolstof (C), zuurstof (O), stikstof (N) en die af en toe ook zwavelmoleculen (S) kunnen bevatten. Een typisch eiwit bevat 500 of meer aminozuren. Niet alleen de aaneenschakeling van aminozuren, maar ook de ruimtelijke structuur van het eiwit is bepalend voor zijn functie.

Het lichaam heeft aminozuren nodig om zelf weer nieuwe eiwitten te maken, die benut worden bij de groei, het spierherstel en zorgen voor het zuurstoftransport naar de spiercellen.  Er zijn 20 natuurlijke aminozuren die elk hun eigen eigenschap hebben. Daarnaast kunnen aminozuren aan elkaar gekoppeld zijn, dit zijn de zogenaamde peptiden. Er zijn wel honderden combinaties mogelijk van aminozuren (polypeptiden) en eiwitten zijn altijd polypeptiden. Als er één aminozuur anders gekoppeld is kan het eiwit onwerkzaam worden of een geheel andere functie krijgen. Onze spijsvertering zorgt er dus voor dat het eiwit afgebroken wordt tot de individuele aminozuren. Deze aminozuren worden geabsorbeerd door het lichaam en worden gebruikt om nieuwe eiwitten in het lichaam aan te maken. Ons lichaam is in staat om sommige aminozuren zelf aan te maken. Het lichaam kan echter niet alle nodige aminozuren aanmaken, zodat een bepaald 8tal aminozuren via de voeding moet worden verkregen. Deze 8 essentiële aminozuren zijn:  Leucine / Isoleucine / Valine / Teonine / Methionine / Fenylalanine / Tryptofaan / Lysine.

Alle dierlijke en plantaardige cellen bevatten eiwitten. Naast de hoeveelheid eiwit is de kwaliteit van het eiwit van belang. Eiwitten die een hoog gehalte essentiële aminozuren bevatten hebben een hoge biologische waarde (kwaliteit). Over het algemeen hebben dierlijke eiwitten een hogere biologische waarde dan plantaardige eiwitten. Een uitzondering op deze regel is het soja-eiwit dat een hoge biologische waarde heeft

Functies van eiwitten:

1. Bouwstof

2. Bestanddeel van enzymen

3. Bestanddeel van hormonen

4. Bestanddeel van antistoffen

5. Transportmiddel 6. Brandstof

1. Bouwstof

Het menselijke lichaam bestaat voor ongeveer 17% uit eiwitten. Ze vormen een bestanddeel van alle cellen en weefsels. Zo is het spierweefsel opgebouwd uit eiwit. Spierweefsel komt in je hele lichaam voor, niet alleen in de armen en benen. Ook je hart bestaat uit spierweefsel, bovendien heb je spierweefsel nodig om te ademen. - Eiwitten in nagels en haren zorgen ervoor dat deze een bepaalde hardheid bezitten. - Eiwitten in de wanden van de bloedvaten zorgen ervoor dat deze elasticiteit bezitten. - Eiwitten in botten en tanden vormen een netwerk waarin mineralen zoals kalk kunnen worden opgenomen en zo voor een stevigheid zorgen.

Eiwitten zijn als bouwstof van groot belang tijdens de groei van baby tot volwassene. Ook na de groei blijft deze bouwstof nodig voor de vervanging van afgestoten lichaamscellen. Onze haren vallen uit en worden weer opnieuw aangemaakt. De nagels worden geknipt en groeien weer aan. De haargroei en de groei van nagels zijn voorbeeld van eiwitopbouw

2. Bestanddeel van enzymen

Enzymen zijn stoffen die door het lichaam zelf worden gemaakt uit aminozuren. Enzymen spelen een belangrijke rol bij de spijsvertering en stofwisseling van onze voeding. Enzymen zorgen ervoor dat de spijsvertering vlot verloopt. Zo heb je eenzymen nodig om de eiwitten, vetten en koolhy- draten af te breken in het spijsverteringskanaal. Een tekort aan enzymen, zoals kan voorkomen bij mensen die sterk ondervoed zijn, betekent dat de voedingsstoffen niet goed meer kunnen worden afgebroken. Een gevolg daarvan is diarree. Bovendien wordt de ondervoeding zo in stand gehouden. Ook bij de stofwisseling spelen enzymen een belangrijke rol. Ze zorgen ervoor dat de voedingsstoffen kunnen worden opgenomen in de lichaamscellen. Zonder deze enzymfunctie zouden de voedingstoffen in het bloed blijven circuleren en kunnen we ze niet gebruiken in de cel- len. Enzymen komen ook voor in voedingsmiddelen. Het verleppen van groente bijvoorbeeld, is deels toe te schrijven aan de werkzaamheid van enzymen. De enzymen uit voedingsmiddelen hebben geen functie in ons lichaam. Het lichaam herkent ze als eiwit en breekt ze dus af.

3. Bestanddeel van hormonen

Ook hormonen worden door het lichaam gemaakt uit aminozuren. Ze spelen net als de enzymen een rol bij de spijsvertering en stofwisseling. Hormonen spelen niet alleen een rol In de stofwisseling. Ze hebben ook invloed op allerlei andere functies van het menselijk Lichaam. Zo kunnen hormonen bijvoorbeeld invloed hebben op ons gedrag. Een voorbeeld in dit verband is de menstruatieperiode. Veel vrouwen voelen en gedragen zich dan anders. Dit veranderde gevoelsleven en gedrag wordt veroorzaakt door een gewijzigde hormoonwerking tijdens de menstruatie. Overigens wordt de hele menstruatiecyclus door hormonen geregeld. Hormonen komen in Nederland normaal gesproken niet in voedsel voor.

4. Bestanddeel van antistoffen

Antistoffen worden opgebouwd uit aminozuren. Hun functie is de afweer van het lichaam tegen vreemde stoffen. De antistoffen gaan een reactie aan met de lichaamvreemde stof, waardoor deze laatste verdwijnt als de afweer tenminste succesvol is.

5. Transportmiddel

Eiwitten zijn in staat andere stoffen aan zich te binden of te omhullen, waardoor ze in het bloed kunnen worden vervoerd. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de bouwstenen van vet, de vetzuren. Zonder een eiwitmantel zouden de vetzuren schade kunnen aanrichten aan de lichaamscellen. In het bloed zelf komen ook eiwitten voor. Ook daar hebben ze een transportfunctie. Zo wordt bijvoorbeeld ijzer gebonden aan een bloedeiwit.

6. Brandstof

Het lichaam kan eiwit gebruiken als brandstof. Dit gebeurt echter pas, wanneer er niet voldoende vetten en koolhydraten aanwezig zijn om te verbranden. In het uiterste geval breekt het lichaam het eigen eiwit af om toch maar aan brandstof te komen. In eerste instantie wordt eiwit echter gebruikt voor de hiervoor genoemde functies.

Kwaliteit van eiwitten

Niet alle eiwitten in de voeding zijn voor ons lichaam even bruikbaar. Wanneer aan een eiwit enkele essentiële aminozuren (kunnen dus niet door het lichaam worden gemaakt) ontbreken, kan ons lichaam dat eiwit niet volledig benutten. Een eiwit dat alle essentiële aminozuren bevat kan bijna in zijn geheel worden gebruikt. Wanneer in een eiwit alle essentiële aminozuren voorkomen, spreken we van volwaardige eiwitten. Ontbreken er een of meer essentiële aminozuren, dan spreken we van onvolwaardige eiwitten.

Voorbeelden van volwaardige eiwitten zijn:

Dierlijk: - Kippenei - Vlees - Vis - Melk
Plantaardig: - Peulvruchten - Tarwe - Groente

Plantaardig: - Peulvruchten - Tarwe - Groente

Je hebt al gezien dat aminozuren volgens een bepaald patroon worden gerangschikt tot eiwitten. Wanneer een dergelijk aminozurenpatroon erg veel lijkt op dat van het menselijke lichaam, noemen we dit eiwitten met een hoge biologische waarde. Voornamelijk eiwitten van dierlijke oorsprong, bijvoorbeeld kip, vis en vlees hebben hoge biologische waarde. Wanneer het aminozurenpatroon sterk afwijkt van dat van ons lichaam, spreken we van eiwitten met een lage biologische waarde. Dit betreft voornamelijk eiwitten van plantaardige oorsprong, zoals tarwe, aardappelen en peulvruchten.


Een maaltijd zal zelden bestaan uit een enkel voedingsmiddel, maar vrijwel altijd uit een combinatie van voedingsmiddelen. Stel dat een maaltijd bestaat uit een gebakken ei, aardappelen, sla en yoghurt. Aardappelen en sla hebben een lage biologische waarde, ei en yoghurt een hoge biologische waarde. De eiwitten uit een ei en yoghurt vullen de eiwitten uit aardappelen en sla aan, zodat ze samen een hogere biologische waarde hebben. We noemen dit de aanvullende waarde van eiwitten.

Eiwitbehoefte

De behoefte aan eiwit is afhankelijk van verschillende factoren: Leeftijd / Geslacht / Lichamelijke toestand / Energiegehalte van de voeding / Activiteit.
De ‘Beraadsgroep Voeding’ binnen de Gezondheidsraad heeft adviezen gegeven ten aanzien van de hoeveelheid eiwit per dag die je in de verschillende levensfasen zou moeten consumeren. Deze hoeveelheden zijn in de tabel weergegeven.
Eiwitbehoefte per dag per leeftijd en geslacht (Bron: Voedingscentrum).

CATEGORIE / LEEFTIJD

EIWIT – AANTAL GR/DAG

Zuigelingen

0

– ½

13

½ - 1

22

Jongens

1

– 4

35

4

– 7

47

7

– 10

54

10 – 13

61

13 – 16

70

16 – 19

81

Meisjes

1

– 4

34

4

– 7

43

7

– 10

51

10 – 13

59

13 – 16

65

16 – 19

65

Mannen

19 – 22

79

22 – 50

71

50 – 65

64

Ouder dan 65

56

Vrouwen

19 – 22

60

22 – 50

55

50 – 65

52

Ouder dan 65

52

Zwangeren

1e trimester

70

2e trimester

70

3e trimester

70

Lacterenden

71

Het verschil in eiwitbehoefte van de beide geslachten heeft te maken met lichaamsgrootte en lichaamssamenstelling. Gemiddeld genomen worden leden van het mannelijke geslacht iets groter dan leden van het vrouwelijke geslacht. Vrouwen hebben meer vetmassa dan mannen, mannen hebben meer spierweefsel dan vrouwen. Voor de instandhouding van deze grotere spiermassa is meer eiwit nodig.


De behoefte aan eiwit hangt ook af van de lichamelijke toestand waarin iemand verkeert. Zwangeren hebben extra eiwit nodig voor de groei van het kind. Zogenden gebruiken extra eiwit voor de productie van melk. Bij ziekten moet ons lichaam antistoffen vormen om de ziekteverwekker de baas te kunnen. Bij ernstig bloedverlies, brandwonden en sommige ziekten gaan veel eiwitten verloren, die zo goed mogelijk moeten worden aangevuld.

Energiegehalte van de voeding

Wanneer er onvoldoende brandstof aanwezig is in de vorm van vetten en koolhydraten, gebruikt het lichaam eiwit als brandstof. In een dergelijk geval moet men meer eiwit gebruiken dan normaal om voldoende over te houden voor de vervulling van de overige functies van eiwit. Deze situatie kunt u tegenkomen bij mensen die een extreem vermageringsdieet volgen waarin te weinig vetten en koolhydraten voorkomen. Er wordt dan eiwit verbrandt, het lichaam breekt daar desnoods het eigen spierweefsel voor af.

Bij bepaalde sporten, bijvoorbeeld bodybuilding, vindt er extra opbouw van spierweefsel plaats. De opbouw en instandhouding van deze spiermassa vergt extra eiwit.

De aanbevelingen van de Beraadsgroep Voeding binnen de Gezondheidsraad richten zich niet alleen op de hoeveelheden eiwit die we nodig hebben, maar ook op de verhouding tussen dierlijk en plantaardig eiwit.
Het advies luidt:

1/3 deel van de hoeveelheid eiwit moet van dierlijke oorsprong zijn.

2/3 deel van de hoe veelheid eiwit moet van plantaardige oorsprong zijn.


Dit lijkt misschien wat vreemd, omdat dierlijke eiwitten meer met onze lichaamseiwitten overeenkomen. Logisch zou dan zijn, dat we meer dierlijke eiwitten moeten gebruiken, dan plantaardige. Het nadeel van dierlijke producten is echter dat zij veel verzadigd vet bevatten. Daar komt bij dat dierlijke producten zoals vlees, vis en ei vaak ook nog met vetrijke producten worden bereid (bakken, braden). Dierlijke producten doen dus het vetgehalte van de voeding stijgen. Dit is niet alleen nadelig voor mensen met overgewicht, maar ook voor mensen die lijden aan hart/ en vaatziekten. Om deze reden moet tweederde van de eiwitten van plantaardige oorsprong zijn. De realiteit is echter dat in ons land de verhouding 1/3 plantaardig is en 2/3 dierlijk.

Eiwitbronnen

Eiwitten komen dus voor in zowel dierlijke als in plantaardige voedingsmiddelen.
Dierlijk eiwit treffen we aan in:

1. Melk en melkproducten zoals pap, vla, yoghurt, chocolademelk en melkpoeder

2. Eieren

3. Vlees en vleeswaren van het varken, rund, schaap en paard

4. Vis, schaal- en schelpdieren zoals garnalen, oesters, kreeft en mosselen

5. Wild, zoals ree, konijn, haas en gevogelte zoals kip en kalkoen 7. In zeer geringe mate in slagroom, roomboter en margarine

Plantaardig eiwit treffen we aan in:

1. Aardappelen

2. Groente

3. Peulvruchten

4. Noten, zoals walnoten en paranoten

5. Granen: Tarwe, haver, rogge, gerst, boekweit en rijst, graanproducten: meel, bloem, havermout en broodsoorten

Er zijn ook producten waarin zowel dierlijke als plantaardige eiwitten voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn:

- Havermoutpap: melk (dierlijk) en havermout (plantaardig)

- Melkbrood: melk (dierlijk) en bloem (plantaardig) Eiwitten bevatten 4 Kcalorieën per gram!

Welke eiwitsupplementen zijn het beste?

Soms heb je meer eiwitten nodig dan je uit voeding kunt halen, bijvoorbeeld als je aan het trainen bent om meer spiermassa te krijgen en dan is het gebruik van supplementen noodzakelijk, maar welke eiwitsupplmenteen kun je dan het beste gebruiken. wij adviseren je een van de onderstaande prooducten.

Lees meer over:Whey Delicious

Lees meer over:Whey Power

Lees meer over:Lady Power

Lees meer over: Smart Protein

Lees 2876 keer

 

lady power smaken banner  afslank smoothie banner