fbpx

Voedingsstoffen in eten 2 ( vetten )

Beoordeel dit item
(1 Stem)

Vet is slecht! Dat is een uitspraak die vele mensen jarenlang geloofd hebben. Het tegenovergestel- de is waar. Vet is goed en gezond! Echter geldt dit alleen wanneer we spreken over de juiste vetten. Let dus bij het eten van voedingsmiddelen niet zozeer op het feit dat ze zo min mogelijk vet bevat- ten, maar let vooral eens op welke vetten ze bevatten in welke samenstellingen. Vetten kunnen we verdelen in 3 categorien: 

Wat zijn verzadigde vetten, Onverzadigde vetten en Transvetten.

Vetten zijn opgebouwd uit onder andere vetzuren. De vetzuren zelf zijn weer opgebouwd uit een aantal chemische stoffen, namelijk koolstof, waterstof en zuurstof.

Functies van vetten:

1. Bouwstof.

2. Brandstof.

3. Isolatiemateriaal.

4. Beschermmateriaal.

5. Bestanddeel van vitamines en hormonen.

6. Oplosmiddel voor vitamines.

1. Bouwstof

Vetten vormen een onderdeel van de lichaamscellen en zijn als zodanig een bouwstof.

2. Brandstof.

Vetten vormen zoals je inmiddels weet een zeer belangrijke energiebron; 1 gram vet levert 9 kcal aan energie. Dit is 2x zoveel als eiwitten en koolhydraten. Vetten die door het lichaam niet worden gebruikt, worden opgeslagen in vetweefsel en vormen zo de energiereserve die bij behoefte kan worden aangesproken.

3. Isolatiemateriaal

Vetten die zijn opgeslagen in vetweefsel vlak onder de huid, gaan warmteverlies tegen; ze hebben dan ook een isolerende functie.

4. Beschermmateriaal.

Verschillende organen zijn omgeven door vetweefsel; vetweefsel biedt daarmee ondersteuning en bescherming

5. Bestanddeel van vitamines en hormonen.

Vetten vormen bestanddelen van vitamines en hormonen en spelen zo een rol in de stofwisseling van voedingstoffen.

6. Oplosmiddel

voor vitamines. De vitamines A, D, E en K zijn oplosbaar in vet en komen via vetten beschikbaar voor ons lichaam. Bij vetarme voeding, zoals bij vermageringsdiëten, kan er een tekort ontstaan aan deze vitamines.

Wat is Vetbehoefte

Zoals je net hebt kunnen lezen zijn de functies van vet zeer belangrijk voor ons lichaam. De Beraadsgroep Voeding binnen de Gezondheidsraad heeft richtlijnen gegeven ten aanzien van de vetconsumptie:

- Het % vet in de voeding mag niet meer zijn dan 30-35% van de totale hoeveelheid. In ons land wordt veel meer vet geconsumeerd, namelijk 40% of meer. Verder wordt aangeraden om niet meer dan 300mg cholesterol per dag te consumeren. Maar wat voor vet moeten we dan eten? Hieronder staat alles beschreven over de verschillende soorten vetten.

Verzadigd vet is op kamertemperatuur vast van vorm. Dieren slaan hun vet in verzadigde vorm op. Dat doen ze omdat deze vorm de organen beter beschermt en bovendien isolerend werkt waar- door de lichaamstemperatuur beter kan worden vastgehouden. Ook kan het lichaam de vitaminen A, D en E in dit vetweefsel beter opslaan. Vet in vlees en boter is dus verzadigd vet. Bij een teveel aan verzadigde vetzuren kunnen sommige van deze moleculen, juist omdat ze zo vast zijn, niet worden afgebroken. Het lichaam wordt dan gedwongen om ze ergens in het lichaam op te slaan. Als dit aan de binnenkant van de slagaders gebeurt kan dit arteriosclerose (aderverkalking/dicht- slibben) tot gevolg hebben, een levensbedreigende aandoening. Ook de elasticiteit van de cellen heeft te leiden onder een te hoge inname van verzadigde vetzuren. Daarnaast verhogen verzadigde vetten ons cholesterol. Niet zozeer de verzadigde vetzuren zelf als wel de verhouding verzadigde - onverzadigde vetzuren is van belang. Wij westerlingen hebben een verhouding van 20:1 terwijl een verhouding 4:1 opti- maal is.  Verzadigde vetten zijn uitstekend geschikt om in te bakken of te braden. Verzadigde vetten oxi- deren namelijk niet en er komen geen toxische stoffen vrij als ze verhit worden. Dit gebeurt wel bij onverzadigde vetten

Onverzadigd vet komt voor in zowel plantaardige als dierlijke producten. Onverzadigde vetzuren kunnen worden ingedeeld in enkelvoudig en meervoudig onverzadigd. Bij enkelvoudig onverzadigd is de koolstofketen op slechts één plaats onverzadigd. Bij meervoudig onverzadigde vetzuren zijn er meer plaatsen in de koolstofketen onverzadigd. Plantaardige producten bevatten relatief meer onverzadigd vet dan dierlijke producten (zoals zuivel en vlees). Vet dat zacht of vloeibaar is bij kamertemperatuur bevat relatief veel onverzadigd vet, vooral meervoudig onverzadigd. Onverzadigde vetten hebben de eigenschap dat ze het cholesterol gehalte kunnen verlagen. Ze hebben een positief effect op hart en bloedvaten.  Alle soorten olie, dieetmargarine, halvarine, vloeibaar bak-, braad- en vloeibaar frituurvet / sladressing op basis van olie / vette vis / noten zoals: walnoten, amandelen, hazelnoten, etc, bevatten voornamelijk onverzadigde vetten. Hoewel al deze producten minder verzadigd vet dan onverzadigd vet bevatten, zit er in totaal vaak evenveel vet in als in andere producten. Gebruik ze daarom met mate en in plaats van producten met veel verzadigd vet. Er zijn 2 essentiele vetzuren die ons lichaam nodig heeft om optimaal te kunnen fuctioneren:

1. Linolzuur, meervoudig onverzadigd

2. Linoleenzuur, meervoudig onverzadigd Cholesterol: Naast vetten kennen we nog vetachtige stoffen. Dat zijn stoffen die op vet lijken en ook in onze voeding voorkomen. Een bekend voorbeeld hiervan is

Wat is cholesterol

Cholesterol is in een zeer negatief daglicht komen te staan in verband met de invloed ervan op het ontstaan van hart- en vaatziekten.

Cholesterol heeft echter ook nuttige functies. Cholesterol dient namelijk net zoals vetten als bouwstof en als isolatiemateriaal, vervult een rol in de vertering van vet en is een bestanddeel van bepaalde vitamines en mineralen. Een deel van de hoeveelheid cholesterol krijgen we binnen via de voeding, maar het merendeel wordt door het lichaam zelf gevormd, voornamelijk in de lever. Cholesterol is dus onmisbaar voor ons lichaam en is daarvan een normaal bestanddeel. Echter kunnen we cholesterol wel onderverdelen in gustige en ongunstige cholesterol:

1. HDL-cholesterol is de gustige. Hij transporteert een teveel aan cholesterol naar de lever. De lever zet de cholesterol om in galzuren en loost deze in de darmen, vervolgens worden ze via de ontlasting uitgescheiden.

2. LDL-cholesterol is de ongunstige. Hij hecht zich zeer gemakkelijk aan bloedvatwanden en veroorzaakt daar een vernauwing. Gebleken is dat bij een hoog gehalte aan verzadigde vetzuren in de voeding, het cholesterolgehalte ook hoog is. Bij een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren echter, is het cholesterolgehalte laag. Vandaar dat er zo de nadruk wordt gelegd op voldoende onverzadigde vetzuren in de voeding. Cholesterol treffen we aan in eieren, voornamelijk in de dooier, orgaanvlees zoals lever en niertjes en alle daarvan afgeleide producten zoals leverworst en nierpastei, room en roomboter.

Lecithine is de andere vetachtige stof die in onze voeding voorkomt. Lecithine fungeert onder meer als bouwstof van ons zenuwstelsel. Daarnaast is het een emulgator. Een emulgator is zowel in vet als in water oplosbaar. Hierdoor kan vet, dat normaal gesproken uiteraard niet in water oplosbaar is, tot fijne deeltjes worden verdeeld in water. Vet en water vormen dan een samenhangend geheel. Dit is zonder een emulgator niet mogelijk. Een voorbeeld: Margarine, bestaat voor 80% uit vet en voor 20% uit water.

Transvetten zijn onverzadigde vetten. Door hun afwijkende chemische structuur hebben ze echter hetzelfde nadelige effect als verzadigde vetten. Met andere woorden: ze verhogen het cholesterolgehalte in het bloed en zijn dus ongunstig voor hart- en bloedvaten. Als bij de voedselproductie oliën worden gehard, ontstaan transvetten, oftewel transvetzuren. Buiten het feit dat ze het cholesterol in ons bloed verhogen, hebben ze ook een zeer hoge toxische waarde en zijn daardoor een extra grote belasting voor ons lichaam. Dit alles maakt ze helaas ook nog eens verslavend voor ons lichaam, een groot gevaar voor de gezondheid. Transvetten komen vooral voor in koek, gebak, voorgebakken friet en hartige snacks.

Het belang van onverzadigde vetzuren

Omdat er veel gehamerd is op het belang van de aanwezigheid van onverzadigde vetzuren sta ik hier graag nog even extra bij stil. Er is een onderscheidt tussen enkelvoudige en meervoudige onverzadigde vetzuren. Echter is dit onderscheidt niet van wezenlijk belang voor onze gezondheid. Het belangrijkste is dat we onverzadigde vetzuren binnenkrijgen, enkelvoudig of meervoudig. De 3 belangrijkste redenen nog 1 maal op een rijtje:

1. Een 2tal van deze vetzuren essentieel is; Linolzuur en Linoleenzuur. Dit wil zeggen dat ons lichaam ze niet zelf op kan bouwen en ze dus uit onze voeding moet halen. Bij een gebrek aan deze vetzuren ontstaan er problemen met onder andere de huid en nieren.

2. Deze essentiële vetzuren zijn onmisbaar als bouwstof voor je celwanden.

3. Onverzadigde vetzuren verlagen het cholesterol in je bloed.

Voedingsmiddelen met vet

Bijna alle soorten noten bestaan voor de helft of meer uit vet. In alle gevallen is het grootste deel onverzadigd vet. Hoeveel verzadigd vet ze leveren, verschilt per soort.  Hazelnoten, walnoten of amandelen bevatten relatief meer onverzadigd vet en minder verzadigd vet dan cashewnoten of pinda’s. Oliën bevatten meer onverzadigd dan verzadigd vet. Alleen kokos- en palmolie bevatten in verhouding veel verzadigd vet. Kokos- en palmolie worden veel gebruikt in tussendoortjes, snacks en frituurvet, vaak in geharde vorm (transvetten). Bij margarines en bak- en braadvetten is de vetzuursamenstelling afhankelijk van de oliën en vetten die bij de productie zijn gebruikt. Vetten die bij kamertemperatuur nog hard zijn, zoals margarine in een wikkel en room- boter, bevatten relatief veel verzadigd vet. Hieronder ter verduidelijking nog een korte opsomming met voorbeelden:

Wat is dierlijk vet?

Dierlijk vet treffen we aan in:

- Melk- en melkproducten, zoals pap en vla

- Room - Roomboter, margarine en halvarine -

Vlees, vis en vleeswaren

- Wild en gevogelte

- Eieren, voornamelijk de dooier - Kaas

Wat is plantaardig vet?

Plantaardig vet treffen we aan in:

- Diverse oliën

- Plantenmargarine

- Noten en pinda’s

- Pindakaas, notenmoes

- In geringe mate in granen en graanproducten, zoal havermout en rijst

Wat zijn verzadigde vetzuren

Verzadigde vetzuren treffen we aan in:

- Margarine, roomboter en halvarine

- Melk- en melkproducten

- Kaas - Eieren - Vlees en vleeswaren

- Producten die met vorengenoemde producten zijn bereid, zoals koek, gebak en snacks

Wat zijn onverzadigde vetzuren

Onverzadigde vetzuren komen voor in:

- Olijfolie, maïskiemolie, sojaolie en zonnebloemolie

-Noten (walnoten, paranoten, hazelnoten, amandelen) en pinda’s, pindakaas en notenmoes

-Vette vis (haring en makreel)

-Diverse margarine- en halvarinesoorten waarin door industriële bewerking veel linolzuur voorkomt (de zogenaamde dieetmargarine en – halvarine)

-Producten die bereid zijn met voorgenoemde voedingsmiddelen

Lees 2409 keer

 

lady power smaken banner  afslank smoothie banner