fbpx

Spijsvertering en stofwisseling

Beoordeel dit item
(1 Stem)

Het lichaam verwerkt al het voedsel dat je inneemt dmv een vast proces. Nuttige stoffen worden opgenomen en overige stoffen worden uiteindelijk weer uitgescheiden. Dit vaste proces van het verwerken van voedsel heet de spijsvertering.

1. Wanneer je voedsel in je mond stopt begint het kauwproces en wordt er speeksel geproduceerd. Als gevolg daarvan wordt het voedsel vermalen en verandert het in een zachte bal, de bolus. Bij het slikken duwt de tong de bolus naar de slokdarm

2. Via de slokdarm wordt het voedsel naar de maag gestuwd > Vanuit de hersenen is er bij het kauwen een signaal gekomen naar de maag om maagsappen aan te maken.

3. Via een sluit/kringspier komt het voedsel de maag binnen. Daar wordt het verteerd door de maagsappen en maagzuren. Dat wil zeggen dat het in steeds kleinere stukjes uiteen valt. > Via wederom een sluitspier komt het voedsel vervolgens in de dunne darm terecht. De dunne darm is totaal ongeveer 5 meter lang en kunnen we in 3 onderdelen onderscheiden:  De twaalfvingerige darm / De nuchtere darm / De kronkeldarm.

4. De twaalfvingerige darm (Duodenum) heeft een totale lengte van 12 vingerbreedtes (25 centimeter). In de twaalfvingerige darm komen de afvoerkanalen van de alvleesklier en de galblaas uit, via één gemeenschappelijke opening, de Papil van Vater.

5. De nuchtere darm ligt sterk gekronkeld in de buikholte. Op 2/3 van de totale lengte van de dunne darm gaat de nuchtere darm, zonder duidelijke overgang over in .. > de kronkeldarm (Ileum), hier worden de in vet oplosbare vitamines A, D, E en K, en overige voedingsstoffen opgenomen.

6. Dan vervolgen we in de dikke darm, deze is ongeveer 1,5 meter lang en ligt als een soort omgekeerde “U” in de buikholte. Vanaf de dunne darm tot aan de anus zien we:  > De blinde darm (Caecum), hier bevinden zich twee grote slijmvliesplooien, die samen ‘de klep van Bauhini’ vormen. Onderaan de blinde darm bevindt zich een blind eindigend wormvormig aanhangsel, het appendix.

7. De endeldarm (Rectum) is het laatste stukje dikke darm dat eindigt bij de anus.

spijsvertering 1

Het is belangrijk en de basis om te begrijpen wat er in ons lichaam gebeurt vanaf het moment dat we voedsel in onze mond stoppen. Om deze reden staat hieronder de spijsvertering (gekoppeld aan de stofwisseling) nogmaals uitgeschreven.

Enzymen 

(eiwitten) breken zetmeel in het voedsel af. Het doorgeslikte voedsel komt terecht in de slokdarm. De wand van de slokdarm bevat spieren die het voedsel voortduwen naar de maag. Vlak voor de ingang van de maag bevindt zich een sluitspier die werkt als een soort ventiel: het voedsel kan wel naar de maag, maar de (zure) maaginhoud kan niet teruglopen in de slokdarm. Al tijdens het kauwen krijgt de maag van de hersenen een signaal dat er eten in aantocht is. De productie van maagsap komt direct op gang. Het voedsel wordt in de maag opgevangen, gekneed en vermengd met zuur maagsap waardoor het wordt verteerd. In het onderste deel van de maag wordt het voedsel in steeds kleinere stukjes gemalen en met kleine beetjes tegelijk afgegeven aan de ‘twaalfvingerige darm’ (het begin van de dunne darm). De uitgang van de maag heeft een kringspier die ervoor zorgt dat het voedsel niet terugloopt in de maag.

De maag

De maag is een onderdeel van het spijsverteringskanaal en ligt links boven in de buik, vlak onder het middenrif. Zonder eten is de maag een plat orgaan. Na het eten is de maag ongeveer dertig centimeter lang en heeft de vorm van een omgekeerde peer. De maag is erg rekbaar en kan drie tot vier liter water bevatten.

De maag bestaat uit verschillende gedeeltes:

- De maagingang: de plaats waar de slokdarm uitmondt in de maag (cardia).

- De maagkoepel: het gedeelte dat tegen het middenrif aanligt (fundus).

- Het middelste gedeelte van de maag (corpus).

- Het onderste deel van de maag (antrum).

- De maaguitgang met de sluitspier (pylorus): de overgang van de maag naar de twaalfvingerige darm (het eerste gedeelte van de dunne darm). De maagwand is ongeveer een halve centimeter dik en bestaat uit slijmvlies, drie spierlagen, zenuwen en bloedvaten.

Aan de onderzijde van de maag ‘hangt’ een zogenoemde vetschort dat een groot deel van de darmen bedekt. Vlakbij de maag liggen de lever, de galwegen, de alvleesklier, een deel van de dikke darm en de milt.

De Gal en de Alvleesklier

Twee spijsverteringssappen zijn onmisbaar in de verdere verwerking van het voedsel: gal en het alvleeskliersap. Gal wordt gemaakt door de lever en opgeslagen in de galblaas. Gal lost vetten op in water, zodat ze kunnen worden opgenomen.

De alvleesklier (pancreas) is ongeveer 15 cm lang en 1 tot 3 cm dik. Aan de bovenkant ligt de alvleesklier tegen de maag, aan de onderkant tegen de dunne darm. De alvleesklier bevat cellen die hormonen maken (insuline, glucagon, gastrine, pancreas polypeptide en somatostatine). Deze hormonen komen in het bloed en houden het bloedsuikergehalte binnen de normale waarden. Bij sommige mensen maakt de alvleesklier te weinig hormonen aan, zij kunnen hierdoor diabetes mellitus krijgen. De alvleesklier bevat ook cellen die enzymen aanmaken. Zij komen via een afvoerbuisje (bij de ‘papil van Vater’ in de twaalfvingerige darm terecht). Enzymen zijn erg belangrijk voor de spijsvertering. Als de alvleesklier ze niet goed aanmaakt, ontstaan er problemen met het verteren van voedsel. Verder scheidt de alvleesklier grote hoeveelheden natriumbicarbonaat af. Deze stof neutraliseert het uit de maag afkomstige zuur en beschermt zo de twaalfvingerige darm. Het voedsel komt daarna in de dunne darm, waar belangrijke verteringssappen worden toegevoegd aan het voedsel en de bruikbare voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed. De darmen zijn een belangrijk onderdeel van het spijsverteringsstelsel.

Het voedsel komt dus via mond, slokdarm en maag eerst in de dunne darm en daarna in de dikke darm terecht. De darm bestaat dus uit twee onderdelen, de dunne darm en de dikke darm, die allebei een totaal andere rol spelen bij de spijsvertering.

De dunne darm De dunne darm is in totaal ongeveer 5 meter lang. We kunnen 3 onderdelen onderscheiden: 

- de twaalfvingerige darm (duodenum) Dit is het eerste gedeelte van de dunne darm. De twaalfvingerige darm heeft een totale lengte van 12 vingerbreedtes (25 centimeter). In de twaalfvingerige darm komen de afvoerkanalen van de alvleesklier en de galblaas uit, via één gemeenschappelijke opening, de Papil van Vater. De twaalfvingerige darm gaat met een scherpe knik over in.

- de nuchtere darm (Jejunum) De nuchtere darm is ongeveer 2 meter lang en ligt sterk gekronkeld in de buikholte. Hier wordt het grootste deel van de afgebroken voedingsstoffen in het lichaam opgenomen.  Op 2/3 van de totale lengte van de dunne darm gaat de nuchtere darm, zonder duidelijke overgang over in.

- de kronkeldarm (Ileum) De kronkeldarm heeft een lengte van ongeveer 3 meter, en ligt ook sterk gekronkeld in de buikholte. Hier worden de in vet oplosbare vitamines A, D, E en K, en overige voedingsstoffen opgenomen. De kronkeldarm gaat aan het eind over in de dikke darm.

De wand van de dunne darm bestaat, van buiten naar binnen uit 3 lagen: een dubbele spierlaag, een bindweefsellaag en een slijmvlieslaag. Het slijmvlies van de dunne darm is sterk geplooid. Deze plooien vertonen weer zeer veel ‘vinger- vormige uitsteeksels’, de vlokken. De vlokken zijn met het blote oog nauwellijks tot net zichtbaar en zijn ongeveer 1mm lang. Door de slijmvliesplooien en de vlokken is het oppervlak van de dunne darm sterk vergroot. Het totale oppervlak is ongeveer net zo groot als een voetbalveld (200 m²). Tussen de plooien en de vlokken liggen kleine klierbuisjes, die darmsap produceren.

De bewegingen van de dunne darm

Wanneer er voedsel in de dunne darm aanwezig is, zorgen kleine peristaltische bewegingen van de darm ervoor dat het voedsel goed gemengd wordt met spijsverteringssappen. Het voedsel wordt heen en weer geschoven, goed gekneed en heel langzaam in de richting van de dikke darm gestuwd. Het voedsel blijft lange tijd vrijwel op één plaats in de dunne darm. Hierdoor is er voldoende tijd om alle belangrijke voedingsstoffen uit het voedsel op te nemen en aan het bloed af te geven.  Als het voedsel volledig verteerd is, dus als alle voedingsstoffen zijn opgenomen, zorgen krachtige peristaltische bewegingen ervoor dat de onverteerbare voedselresten snel worden doorgeschoven naar de dikke darm.

Vertering van het voedsel in de dunne darm Door de maag wordt het voedsel in hele kleine porties afgegeven aan de dunne darm. In de dunne darm vindt vervolgens het grootste gedeelte van de vertering van het voedsel plaats.

In de twaalfvingerige darm wordt het voedsel vermengd met spijsverteringsenzymen en galvloeistof. Het grootste gedeelte van de spijsverteringsenzymen wordt aangemaakt door de alvleesklier en een kleiner deel door de dunne darm zelf. Deze spijsverteringsenzymen en de galvloeistof zorgen ervoor dat de verschillende bestanddelen van de voeding zoals: vetten, koolhydraten, eiwitten, vitaminen en mineralen, door de dunne darm kunnen worden opgenomen. Daarna worden de
voedingsstoffen via de lymfe en het bloed naar de lever afgevoerd. De opname van het grootste gedeelte van alle voedingsstoffen is al voltooid in de nuchtere darm. De kronkeldarm speelt normaal gesproken een minder belangrijke rol bij de opname van voedingstoffen. De sterkste uitzondering daarop is vitamine B12 dat alleen door de kronkeldarm opgenomen kan worden. Bij ziekte van de nuchtere darm kan de kronkeldarm de opname-functie van de nuchtere darm overnemen, waardoor er geen tekorten optreden. 

De dunne darm beschikt door zijn grote oppervlakte over een grote reservecapaciteit. Als na een operatie behalve de twaalfvingerige darm nog maar 50 - 60 cm. dunne darm over is, blijkt na enkele maanden de opname van voedingsstoffen vrijwel volledig te zijn. Dit wordt adaptatie of aanpassing genoemd.

De dikke darm

De dikke darm is ongeveer 1,5 meter lang en ligt als een soort omgekeerde “U” in de buikholte. Vanaf de dunne darm tot aan de anus zien we achtereenvolgens: - de blinde darm (caecum) In de blinde darm, op de overgang van het ileum naar de dikke darm, bevinden zich twee grote slijmvliesplooien, die samen ‘de klep van Bauhini’ vormen. Deze klep moet voorkomen dat de dikke darminhoud terugvloeit naar de dunne darm. Onderaan de blinde darm bevindt zich een blind eindigend wormvormig aanhangsel, de appendix. De blinde darm gaat over in, - de dikke darm (colon). Deze loopt vanaf rechtsonder in de buik, eerst rechtomhoog (colon ascendens) tot aan de lever. Daarna buigt de dikke darm scherp naar links en steekt dwars over (colon transversum). Onder de milt buigt de dikke darm weer naar beneden (colon descendens). Vervolgens maakt de dikke darm een bocht naar voren (het sigmoïd) en gaat dan over in .. - de endeldarm (rectum) De endeldarm is het laatste stukje dikke darm dat eindigt bij de anus.  De wand van de dikke darm bestaat, evenals de wand van de dunne darm, uit 3 lagen. Van buiten naar binnen: de dubbele spierlaag, de bindweefsellaag en de slijmvlieslaag. Het slijmvlies van de dikke darm is wel geplooid, maar heeft geen vlokken. Het totale oppervlak van het dikke darmslijmvlies is dan ook veel kleiner (4m²) dan van de dunne darm (200m²).  De dunne- en de dikke darm liggen in de buikholte. De buikholte is bekleed met het buikvlies (serosa). Ook de dunne- en het grootste gedeelte van dikke darm zijn door plooien van het buikvlies bekleed.

De bewegingen van de dikke darm

Bij de dikke darm zien we twee soorten peristaltische bewegingen. Door ringvormige insnoeringen, die zich telkens verplaatsen wordt de darminhoud heen en weer geschoven. De darminhoud wordt hierdoor eigenlijk tegengehouden. De dikke darm heeft op die manier voldoende tijd om vocht en zouten uit de dunne massa op te nemen waardoor de ontlasting ingedikt wordt. Enkele keren per dag zorgen krachtige peristaltische bewegingen ervoor dat de ontlasting naar het laatste deel van de darm, de endeldarm, verplaatst wordt. U krijgt dan het bekende ‘aandranggevoel’, het signaal om naar het toilet te gaan. De endeldarm wil de ontlasting kwijt en loost deze via de anus.

Vanaf het begin van de dikke darm tot aan de endeldarm duurt normaliter één hele dag. Bij verstopping zijn de ringvormige insnoeringen vaak versterkt. De ontlasting blijft daardoor veel langer in de dikke darm. Hierdoor wordt er te veel vocht opgenomen, waardoor de ontlasting teveel indikt en hard wordt.

Vertering van het voedsel in de dikke darm

Een dunne massa onverteerbare voedselresten komt vanuit de dunne darm in de dikke darm terecht. In de dikke darm worden water en zouten uit de darminhoud opgenomen en aan het bloed afgegeven. Hierdoor is de ontlasting, tegen de tijd dat het de endeldarm bereikt, ingedikt.

In de dikke darm komen grote hoeveelheden darmbacteriën voor, dit wordt de darmflora genoemd. Een gezonde darmflora kan de groei van schadelijke bacteriën in de darm verhinderen. De darmflora zorgt voor gisting en rotting van de darminhoud, waarbij stoffen vrijkomen die de bewegingen van de dikke darm stimuleren. Bij deze afbraak worden ook gassen (windjes) gevormd. De darmflora is ook van belang voor de aanmaak van vitamine K, dat via het slijmvlies van de dikke darm wordt opgenomen in het bloed. Vitamine K speelt een belangrijke rol bij de bloedstolling.  De ontlasting die het lichaam uiteindelijk verlaat, bestaat uit onverteerbare stoffen, bacteriën, dode darmwandcellen, galkleurstof, slijm en een kleine hoeveelheid water en zouten. Per dag wordt gemiddeld 100 tot 150 gram ontlasting geproduceerd.

Per dag gaat er bij normaal voedselgebruik 7 à 9 liter vocht door de dunne darm. Hiervan is 5 à 7 liter afkomstig van speeksel en spijsverteringssappen en 2 liter van vocht uit het voedsel. Uiteindelijk gaat ongeveer 1,5 liter vocht samen met de onverteerbare voedselresten naar de dikke darm. In de ontlasting is uiteindelijk nog maar 100 ml. vocht over.

Lees 7037 keer

 

lady power smaken banner  afslank smoothie banner